Dagelijks gratis spreekuur in Venlo Neem contact opNeem contact op

Hoofddoekje op de werkvloer: wel of niet toegestaan?

Mag een werkgever een werkneemster ontslaan, als zij uit religieuze overtuiging een hoofddoek draagt? Op die vraag gaf het Europese Hof van Justitie, de hoogste juridische instantie van Europa, deze week een antwoord. Een antwoord dat genuanceerder is dan het aanvankelijk lijkt.

Hoofddoek op de werkvloer

De onderhavige kwestie begon meer dan tien jaar geleden, in 2006. Een Vlaamse receptiemedewerkster én moslima vroeg haar baas of ze tijdens werktijd een hoofddoekje mocht dragen. Dat mocht niet van de baas: immers gold binnen het bedrijf een verbod op het dragen van hoofddoeken, keppeltjes en tulbanden. De vrouw volhardde in haar keuze om toch een hoofddoek te dragen,
waarna ze door haar baas werd ontslagen. Het leidde tot veel media-aandacht en een stortvloed aan verontwaardiging.

Discriminatie?

Is er sprake van discriminatie? Ja, aldus de Vlaamse receptiemedewerker. Zij maakte de stap naar rechter, die het op haar beurt verwees naar het Europese Hof van Justitie. En die rechtelijke instantie is het niet per sé met haar eens, zo blijkt nu. Een werkgever mag wat betreft het Hof een verbod op het dragen van religieuze kledij opnemen in haar bedrijfsreglement. Een bedrijf moet dan wel een goede reden hebben om een dergelijk verbod te handhaven en moet dat ook ten aanzien van al haar werknemers op eenzelfde wijze toepassen. En als religieuze uitingen niet zijn toegestaan, aldus het Hof, mogen politieke en filosofische uitingen ook niet. Gelijke monniken, gelijke kappen dus. Blijft de vraag over: wanneer heeft een bedrijf een goede reden voor een dergelijk verbod?

Verbod is kort door de bocht

Adriana van Dooijeweert, voorzitter van het College voor de Rechten van de Mensen, vertelt aan dagblad Trouw dat het onderscheid genuanceerd is: ‘Bij een overheidsdienst kan een verbod gerechtvaardigd zijn. Dan gaat het niet alleen over religie, maar ook om politieke en filosofische uitingen. Als je achter de kassa van Albert Heijn zit, is dat anders. Een werkgever kan zeggen,“mijn klanten willen geen hoofddoekjes zien”, maar dat is geen geldige reden.”

Het is aan de Belgische rechter om, met de nieuwe aanwijzingen van het Hof, een uitspraak te doen in de bovenvermelde kwestie. Het is in ieder geval te kort door de bocht om te zeggen dat het Hof met dit vonnis de deur voor een algemeen hoofddoekjesverbod op een kier heeft gezet.

Contact