Mijn dienstverband wordt beëindigd: heb ik recht op een vergoeding van mijn werkgever?

Een dienstverband kan op verschillende manieren eindigen. Zo kan een contract voor bepaalde tijd aflopen en door de werkgever niet worden verlengd. Daarnaast kan een werkgever in bepaalde gevallen een procedure starten bij de kantonrechter of bij het UWV ter beëindiging van het dienstverband. Ook kan een werknemer in bepaalde gevallen op staande voet worden ontslagen, of kan een werknemer er zelf voor kiezen om zijn dienstverband op te zeggen. Een werknemer heeft in een aantal gevallen bij beëindiging van het dienstverband recht op een vergoeding van de werkgever. Deze vergoeding noemen we de transitievergoeding. In deze blog zal ik uitleggen wanneer een werknemer recht heeft op een transitievergoeding.

De transitievergoeding

De transitievergoeding is de vergoeding die een werkgever aan de werknemer verschuldigd is wanneer het dienstverband door de werkgever is opgezegd, op verzoek van de werkgever is ontbonden of wanneer er na het eindigen van een contract voor bepaalde tijd geen nieuw contract wordt aangeboden. Wanneer een werknemer op staande voet wordt ontslagen, bestaat dus geen recht op een transitievergoeding.

In beginsel bestaat ook geen recht op een transitievergoeding op het moment dat de werknemer zelf besluit het dienstverband op te zeggen. Indien de werknemer echter besluit op te zeggen als gevolg van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever, dan bestaat er wel recht op een transitievergoeding. Dit komt slechts in zeer specifieke gevallen voor.

Op 1 januari 2020 is de wet ten aanzien van de transitievergoeding versoepeld. Voor die tijd diende een werknemer namelijk minstens 24 maanden in dienst te zijn, voordat überhaupt aanspraak kon worden gemaakt op een vergoeding. Vanaf 1 januari 2020 is de duur van het dienstverband niet meer van belang. Dit betekent dus dat een werknemer met een contract van bijvoorbeeld zes maanden, dat daarna niet wordt verlengd door de werkgever, in beginsel al aanspraak maakt op een transitievergoeding.

Ook een werknemer die ziek uit dienst treedt, kan in beginsel aanspraak maken op een transitievergoeding. Lees hierover meer in de blog van mijn collega mr. van Rooij.

Hoogte van de transitievergoeding

De hoogte van de transitievergoeding hangt af van het laatstverdiende maandsalaris en de duur van het dienstverband. De transitievergoeding bedraagt 1/3 van het maandsalaris (inclusief vakantiegeld en bepaalde andere vaste looncomponenten) per gewerkt dienstjaar, met een maximum van € 84.000,00 bruto of een bedrag gelijk aan ten hoogste één jaarsalaris indien dit hoger is dan € 84.000,00 bruto.

Maak op tijd aanspraak!

Een werknemer die geen transitievergoeding ontvangt van zijn werkgever en daar wel recht op heeft, kan niet al te lang stil blijven zitten. Wanneer een werkgever weigert de transitievergoeding te betalen, dan dient de werknemer binnen drie maanden na het einde van het dienstverband een verzoek in te dienen bij de kantonrechter om aanspraak te maken op de transitievergoeding. Deze termijn kan niet worden verlengd. Wie te laat is met het indienen van het verzoek, kan geen aanspraak meer maken op de transitievergoeding.

Contact

Wilt u weten of u recht heeft op een transitievergoeding, of weigert uw werkgever te betalen? Neem dan gerust contact op met ons kantoor.

Meer over dit onderwerp

Mijn dienstverband wordt beëindigd: heb ik recht op een vergoeding van mijn werkgever?

Een dienstverband kan op verschillende manieren eindigen. Zo kan een contract voor bepaalde tijd aflopen en door de werkgever niet …

Lees verder